“Jezus, hoe reageerde Vincent?” zegt een jonge vrouw naast me.
Ik ben in Ikea en ik doe wat ik altijd doe. Mensen afluisteren. Nadeel daarvan is dat je met een hoop vragen blijft zitten. Zoals in dit geval: wie is Vincent? En waarop moest hij reageren?
“Vincent wéét het nog helemaal niet!” antwoordt haar moeder.
Op dat moment slaan de liftdeuren dicht. Als ik hen bij de verlichting weer tref, hebben ze het al over iets anders. Ik moet me beheersen om de vrouwen niet met een uit het schap gerukte FORSÅ bureaulamp tot confessie te dwingen: “WAT weet die arme jongen niet?!! Vertel op!”.
Laatst was ik met een vriendin in het ideale afluister restaurant: je zit er nog net niet bij elkaar op schoot. En – belangrijk detail – er is een spiegelwand zodat je zonder opvallend te staren ook een beeld hebt bij je verhaal. Naast ons zat een verliefd puberaal stelletje. Helaas spraken ze op fluisterende toon dus ik gaf het al snel op.
Wijzelf daarentegen, babbelden ongegeneerd over de dingen die ons op dat moment bezighielden. Te weten: kots, diarree en hele kauwgomballen die de KNO-arts uit de oren van onze kinderen haalde. Om zonder noemenswaardig bruggetje uit te komen op ontsteking veroorzakende pessariums en de voor- en nadelen van de Mirena spiraal.
Het werd steeds stiller naast ons. Het stel was maar met één ding bezig: ons gesprek. In de spiegel zag ik het meisje met haar ogen rollen. De jongen slurpte ballorig expres uit zijn waterglas, wat hem op een: “Nou, lekker smakelijk,” van mijn vriendin kwam te staan.
Niet veel later vroegen ze aan de serveerster of ze hun koffie ergens anders mochten drinken.
“Ze gaan weg vanwege ons,” siste ik.
“Echt waar? Zo hard spraken we toch niet?”
“Ja maar ze luisterden ons af!”
“Nou jaaaaa,” zei mijn vriendin. “Wie luistert er nou een gesprek af in een restaurant. Dat doe je toch niet?”
Ik schudde verontwaardigd mijn hoofd. “Nee. Dat dóe je gewoon niet.”
