februari 2012

Gesprek

“Jezus, hoe reageerde Vincent?” zegt een jonge vrouw naast me.

Ik ben in Ikea en ik doe wat ik altijd doe. Mensen afluisteren. Nadeel daarvan is dat je met een hoop vragen blijft zitten. Zoals in dit geval: wie is Vincent? En waarop moest hij reageren?

Vincent wéét het nog helemaal niet!” antwoordt haar moeder.

Op dat moment slaan de liftdeuren dicht. Als ik hen bij de verlichting weer tref, hebben ze het al over iets anders. Ik moet me beheersen om de vrouwen niet met een uit het schap gerukte FORSÅ bureaulamp tot confessie te dwingen: “WAT weet die arme jongen niet?!! Vertel op!”.

Laatst was ik met een vriendin in het ideale afluister restaurant: je zit er nog net niet bij elkaar op schoot. En – belangrijk detail – er is een spiegelwand zodat je zonder opvallend te staren ook een beeld hebt bij je verhaal.
 Naast ons zat een verliefd puberaal stelletje. Helaas spraken ze op fluisterende toon dus ik gaf het al snel op.

Wijzelf daarentegen, babbelden ongegeneerd over de dingen die ons op dat moment bezighielden. Te weten: kots, diarree en hele kauwgomballen die de KNO-arts uit de oren van onze kinderen haalde. Om zonder noemenswaardig bruggetje uit te komen op ontsteking veroorzakende pessariums en de voor- en nadelen van de Mirena spiraal.

Het werd steeds stiller naast ons. Het stel was maar met één ding bezig: ons gesprek. In de spiegel zag ik het meisje met haar ogen rollen. De jongen slurpte ballorig expres uit zijn waterglas, wat hem op een: “Nou, lekker smakelijk,” van mijn vriendin kwam te staan.
Niet veel later vroegen ze aan de serveerster of ze hun koffie ergens anders mochten drinken.

“Ze gaan weg vanwege ons,” siste ik.
“Echt waar? Zo hard spraken we toch niet?”
“Ja maar ze luisterden ons af!”
“Nou jaaaaa,” zei mijn vriendin. “Wie luistert er nou een gesprek af in een restaurant. Dat doe je toch niet?”
Ik schudde verontwaardigd mijn hoofd. “Nee. Dat dóe je gewoon niet.”

Verkeerd verbonden

Stel je de ergste, klagende vrouwen op Twitter voor maar dan met beeld en zonder visagie en je hebt Connected: de nieuwe real-life serie van de NCRV. Hierin mogen vijf vrouwen elke dag een uur filmen ‘wat ze meemaken, wat ze voelen, wat ze denken’. En het is de bedoeling dat ze dit met heel Nederland delen.

Omdat ik de eerste twee delen heb gemist, kijk ik op de website. Ik klik op ‘Mira’ en zie in close-up hoe zij, haar man en kinderen elk een zak McDonald’s naar binnen schuiven. Wat ze meemaakt? Een autoritje met het gezin. Wat ze voelt? Geen schaamte in ieder geval. Wat ze denkt? ‘O nee! Ketchup. Hélemaal over de jas van mijn dochter.’ En dat zegt ze ook. Voor de zekerheid laat ze het ook nog even zien.

Door naar Git. Git zit met trillende onderlip voor de camera. ‘Ik voel me afschuwelijk’, zegt ze maar meteen. Aha. Deze vrouw heeft dus kennelijk iets meegemaakt. Heeft ze net gehoord dat ze kanker heeft? Is haar huis afgebrand met al haar kinderen erin? Nee. Ze is ‘heel erg met de fiets gevallen’. Wat ze denkt? ‘Ik denk dat als ik nu ga niezen dat ik dan sterf.’ Haar beste vriendin Esther heeft gelukkig de oplossing: ‘Dan moet je een kussentje tegen je aandrukken.’

Mijn hoop is gevestigd op vrouw nummer 3: Loes. Loes is van een heel ander kaliber. Loes is pas 20 maar denkt nu al na over het leven. We volgen haar tijdens een wandeling in een stiltegebied: ‘Ik leef in een compleet eigen wereld die niemand begrijpt. Die niemand wil begrijpen. Mijn wereld. Alleen van mij.’ Terwijl ze de wereld die alleen van haar is met duizenden kijkers deelt, doet ze een wat ongemakkelijk dansje in de Drunense Duinen.

Tot zover voel ik me nog niet echt verbonden met deze vrouwen. Ook niet met de dj slash paaldanseres of de depressieve scenarioschrijfster. Nou ja, misschien met Loes dan een beetje. Want toen ik 20 was, had ik ook zulke gedachten. Alleen hield ik die wijselijk voor mijzelf.

Deze column is ook gepubliceerd in dagblad De Pers op 21 februari 2012.