De tut is terug, kopt de Linda deze maand. En ze is te herkennen aan de achternaam van haar man. Een man die nauwelijks weet hoe de wasmachine werkt, nooit kookt en niets met de kinderen doet. Omdat hij werkt. En zij niet. Maar hún kinderen worden tenminste niet crimineel, aldus de tut.
Ondertussen verkondigt journaliste Malou van Hintum op vk.nl dat Nederlandse vrouwen op de zak van hun man teren. Ik ben het eens met alles wat ze schrijft. Tot ik haar conclusie lees: “Een behoorlijk inkomen biedt je ook de lol van zomaar een keer je lief verrassen met een uitje, of een glas champagne. Best leuk!” Tuttiger had ik het zelf niet kunnen bedenken.
Volgens mij vergeten Linda en Malou iets. De terugkeer van de luie tut kan maar één ding betekenen: de wederopstanding van de belegen bal. Zo eentje die stiekem altijd al het rolbevestigende bestaan van zijn ouders begeerde. En die dat zomaar in de eeuw van het power feminisme toch mooi voor elkaar heeft. Grappig genoeg buitelt er geen enkele columnist over hém heen.
Vorige week volgde mijn eigen ‘lief’ een cursus kinder-EHBO op school. Als enige man. Niet omdat dat van mij moest, maar omdat hij graag weet wat hij moet doen als zijn zoon van 6 uit de boom valt of zijn dochter van 3 in een knikker stikt. Hij doet trouwens ook de was, hij kookt en de juffen zien hem vaker dan mij. Dus draag ik met plezier zijn achternaam.
