“Terwijl Elise nog even gaat kotsen, zal ik wat do’s en dont’s met jullie doornemen,” zegt Volkskrant columniste Aaf Brandt Corstius als ik op de w.c. mijn ademhaling op yogales niveau probeer te krijgen. Ik ben bij haar masterclass columnschrijven en heb net gehoord dat ik mijn ingezonden verhaal mag voordragen. Aan 50 man. Niet mijn hobby.
Nadat ik het heb voorgelezen, zegt Aaf: “Lees ‘m nu nog eens, maar dan zonder die laatste twee zinnen.”
Ik sta versteld. Opeens is mijn column precies zoals hij moet zijn.
Vanaf dat moment geldt voor mij de wet van Aaf. In bijna alle gevallen wordt je tekst sterker als je op tijd stopt. Sowieso zijn de meeste blogs op Internet veel te lang – een ergernis die ik met haar deel. 400 woorden max., als je tenminste je lezer niet wil verliezen. Andere dont’s van Aaf zijn: schrijven over je eigen schrijfproces (saai), over je eigen successen (ijdel) en klagen over een Ikea-handleiding danwel de NS (cliché).
Een paar maanden later win ik met dezelfde column de Verhalenwedstrijd van J/M Magazine. Eigenlijk mag ik dat hier niet vertellen, want volgens Aaf is dat dus ijdel. Maar Aaf heeft makkelijk praten. Die ís al Aaf.
Lees hier mijn winnende column.
